UA-106475541-1

Engelse Hangoor

 



Engelse Hangoor







Het ontstaan:

De Engelse Hangoor is omstreeks 1785 in Engeland ontstaan onder de naam "Lops", over het precieze hoe of wat zijn de meningen verschillend. De Engelse Hangoor heeft de oudste rechten om zich als hangoorkonijn te noemen, de andere rassen zijn namelijk later ontstaan.

De Engelse Hangoor is in Nederland in 1907 erkend en opgenomen in de standaard.

Standaard eigenschappen:

De Engelse Hangoor is ingedeeld in groep 6.

Puntenschaal Groep 6. Hangoren 

Positie Onderdeel Punten
1 Gewicht 10
2 Type, bouw en stelling 20
3 Pels en pelsconditie 20
4 Kopvorm. Structuur en vorm oren 15
5 Oren: lengte en breedte 15
6 Kleur (manteltekening) 15
7 Lichaamsconditie en verzorging 5

Totaal 100

1. Gewicht

Het gewicht is 4,00 tot 5,00 kg.

Puntenschaal voor het gewicht:

Gewicht (kg) 4,00-4,20 4,30-4,40 4,50-5,00
Punten 8 9 10

2. Type, bouw en stelling

Het type is specifiek (typegroep E), matig gesterkt en stevig gebouwd zonder grof te zijn. De goed gevulde schouderpartij is in verhouding tot de achterhand iets lager gesteld doordat de voorbenen relatief kort zijn en de kop met de zeer grote oorschelpen laag gedragen wordt. De achterbenen zijn lang en krachtig. Vanaf de schouders loopt de ruglijn iets omhoog naar de kort afgeronde achterhand. Het ras heeft een lage stelling. Een juiste stelling toont de aanwezige rasadel.
Bij de vrouwelijke dieren is een kleine enkelvoudige wam toegestaan.

3. Pels en pelsconditie

De pels is iets korter dan normaal.dicht ingepland en heeft een normale hoeveelheid onderhaar.

4. Kopvorm. Structuur en vorm oren

De kop is vrij lang met een breed voorhoofd, brede snuit en goed ontwikkelde wangen. Bij rammen is het neusbeeen gebogen.
De oren hangen aan beide zijden van de kop nauwsluitend af met de schaalopening naar voren gericht. Ze zijn aan de basis krachtig, stevig en smal en worden vanaf hier steeds breder om ongeveer in het midden van de oorschelp de grootste breedte te bereiken. De oren eindigen in een stompe afronding. De oren zijn stevig van weefsel en vrij van knobbels en beschadigen. Bij de ram is een kinknobbel (knoop) toegestaan. Hieronder wordt verstaan een aanhangsel onder de kin, niet aan de keel, zo klein mogelijk en goed gevormd. De kronen op de kop, ontstaan door ombuiging van de oren zijn weinig ontwikkeld.

5 Oren: lengte en breedte

Voor het meten van de lengte van de oren worden deze op een meetlat gelegd. De oren worden gemeten van oortop tot oortop, met inbegrip van de schedelbreedte. De breedte van de oren wordt in het midden van de oorschelp en op de grootste breedte, gemeten. De haren op de oren worden niet mee gemeten.
De lengte van de oren is 58 - 65 cm. De breedte van de oren is minimaal 12 cm en er geldt geen maximum.

Puntenschaal voor de oorlengte:

Lengte (cm) 58-59 60-61 62-63 64-65
Punten 5 6 7 6

Puntenschaal voor de oorbreedte:

Breedte (cm) 12 13 14 15 cm en meer
Punten 5 6 7 8

6. Kleur/manteltekening

De Engelse Hangoor is erkend in de kleuren konijngrijs, blauwgrijs, ijzergrauw, zwart, fawn, madagascar, wit met rode oogkleur en bont. Bont is erkend in bovenstaande kleuren, uitgezonderd wit.

Bij bont is sprake van mantel en koptekening. Bij de manteltekening zijn de rug en de zijden zoveel mogelijkgekleurd. In de nek is iets witte aftekening aanwezig, welke niet verder mag reiken dan de schouderbladen.
De kop is overwegend gekleurd. De snuit is geheel gekleurd. Op het voorhoofd zit een witte vlek (kol). Tussen snuit en wangen zit iets witte aftekening, welke doorloopt naar de onderzijde van de kop.
De borst is bij voorkeur wit gekleurd. De voorzijde van de voorbenen is eveneens wit. De achterbenen, buik en onderzijde staart zijn overwegend of geheel wit gekleurd. De bovenzijde van de staart is gekleurd.
De bonttekening dient zoveel mogelijk symmetrisch te zijn. De nagels zijn bij bont kleurloos.

7. Lichaamsconditie en verzorging

Het spreekt vanzelf dat op een tentoonstelling of keuring het konijn in de beste conditie aanwezig moet zijn. Het lichaam is goed bevleesd en gespierd en voelt hard aan. Slappe, magere of te vette dieren zijn ongewenst. De nagels zijn regelmatig en evenwijdig met het loopvlak geknipt, zonder het "leven"te raken, ook de duimnagels. Het gehele dier, met name de pels, de voetzolen, de nagels, de binnenzijde van de oren, de geslachtsdelen en rondom de anus moet schoon zijn. De pels is vrij van klitten. Het oog is helder en tintel van levenslust. Een dier dat aan een keuring mee doet, dient goed getraind te zijn, zodat de aanwezige rasadel door een goede stelling wordt getoond.






Broninformatie uit de konijnenstandaard uit 2007.











































UA-106475541-1