Engelse Hangoor
Het ontstaan:
De Engelse Hangoor is omstreeks 1785 in Engeland ontstaan onder de naam "Lops", over het precieze hoe of wat zijn de meningen verschillend. De Engelse Hangoor heeft de oudste rechten om zich als hangoorkonijn te noemen, de andere rassen zijn namelijk later ontstaan.
De Engelse Hangoor is in Nederland in 1907 erkend en opgenomen in de standaard.
Standaard eigenschappen:
De Engelse Hangoor is ingedeeld in groep 6.
Puntenschaal Groep 6. Hangoren
| Positie | Onderdeel | Punten |
| 1 | Gewicht | 10 |
| 2 | Type, bouw en stelling | 20 |
| 3 | Pels en pelsconditie | 20 |
| 4 | Kopvorm. Structuur en vorm oren | 15 |
| 5 | Oren: lengte en breedte | 15 |
| 6 | Kleur (manteltekening) | 15 |
| 7 | Lichaamsconditie en verzorging | 5 |
| Totaal | 100 |
1. Gewicht
Het gewicht is 4.00 tot 5.50 kg.
Puntenschaal voor het gewicht:
| Gewicht (kg) | 4,00-4,30 | 4,30-4,50 | 4,50-5,50 |
| Punten | 8 | 9 | 10 |
2. Type, bouw en stelling
Het type is specifiek, matig gesterkt en stevig gebouwd zonder grof te zijn. De goed gevulde schouderpartij is in verhouding tot de achterhand iets lager gesteld doordat de voorbenen relatief kort zijn en de kop met de zeer grote oorschelpen laag gedragen wordt. De achterbenen zijn lang en krachtig. Vanaf de schouders loopt de ruglijn iets omhoog naar de kort afgeronde achterhand. Het ras heeft een lage stelling. Een juiste stelling toont de aanwezige rasadel.
Bij de vrouwelijke dieren is een kleine enkelvoudige wam toegestaan.
3. Pels en pelsconditie
De pels is iets korter dan normaal dicht ingepland en heeft een normale hoeveelheid onderhaar.
4. Kopvorm, structuur en vorm oren
De kop is vrij lang met een breed voorhoofd, brede snuit en goed ontwikkelde wangen. Bij rammen is het neusbeeen gebogen.
De oren hangen aan beide zijden van de kop nauwsluitend af met de schaalopening naar voren gericht. Ze zijn aan de basis krachtig, stevig en smal en worden vanaf hier steeds breder om ongeveer in het midden van de oorschelp de grootste breedte te bereiken. De oren eindigen in een stompe afronding. De oren zijn stevig van weefsel en vrij van knobbels en beschadigen. Bij de ram is een kinknobbel (knoop) toegestaan. Hieronder wordt verstaan een aanhangsel onder de kin, niet aan de keel, zo klein mogelijk en goed gevormd. De kronen op de kop, ontstaan door ombuiging van de oren zijn weinig ontwikkeld.
5. Oren: lengte en breedte
Voor het meten van de lengte van de oren worden deze op een meetlat gelegd. De oren worden gemeten van oortop tot oortop, met inbegrip van de schedelbreedte. De breedte van de oren wordt in het midden van de oorschelp en op de grootste breedte, gemeten. De haren op de oren worden niet mee gemeten.
De lengte van de oren is 55 - 65 cm, ideaal is 59 - 62 cm. De breedte van de oren is minimaal 12 cm, ideaal is 13 - 15 cm en er geldt geen maximum. De kronen op de kop, ontstaan door de ombuiging van de oren, zijn weinig ontwikkeld.
6. Kleur/manteltekening
De Engelse Hangoor is erkend in de kleuren konijngrijs, blauwgrijs, ijzergrauw, zwart, fawn, madagascar, blauw, wit met rode oogkleur en bont. Bont is erkend in bovenstaande kleuren, uitgezonderd wit.
De kop is overwegend gekleurd. Op het voorhoofd zit, bij voorkeur in het midden van het voorhoofd, een witte vlek (kol). Overige witte vlekjes zijn op een grotendeels gekleurde kop toegestaan. De kaakrand en onderlip moeten wit zijn. Bij de manteltekening zijn rug en zijden, evenals bovenzijde staart zoveel mogelijk gekleurd. De kleur loopt vanuit de nek tot aan het staartpunt. Witte vlekken in de nek zijn gewenst. Bij voorkeur symmetrisch en niet veder dan het einde van de schouderbladen.
Enkele witte vlekken op de achterhand tot aan de opgeslagen staartpunt, in de directe omgeving van de straat, zijn toegestaan. Iets oplopend wit vanaf buik en borst op flanken en schouders is toegestaan. De borst en voorbenen zijn bij voorkeur volledig wit. Acheterbenen, buik en onderzijde staart zijn overwegend of geheel wit gekleurd. De nagels zijn kleurloos.
7. Lichaamsconditie en verzorging
Het spreekt vanzelf dat op een tentoonstelling of keuring het konijn in de beste conditie aanwezig moet zijn. Het lichaam is goed bevleesd en gespierd en voelt hard aan. Slappe, magere of te vette dieren zijn ongewenst. De nagels zijn regelmatig en evenwijdig met het loopvlak geknipt, zonder het "leven"te raken, ook de duimnagels. Het gehele dier, met name de pels, de voetzolen, de nagels, de binnenzijde van de oren, de geslachtsdelen en rondom de anus moet schoon zijn. De pels is vrij van klitten. Het oog is helder en tintel van levenslust. Een dier dat aan een keuring mee doet, dient goed getraind te zijn, zodat de aanwezige rasadel door een goede stelling wordt getoond.
